Comments by "Hi Hoi" (@hihoi6085) on "STILLE NACHT: Dit populaire kerstlied viert zijn 200ste verjaardag" video.
-
2
-
@FredCompusmurf
De Hadith verduidelijkt wat er in de koran geopenbaard is. Zo staat er herhaaldelijk in dat er gebeden moet worden en dat de zakaat (armenbelasting) een verplichting is, maar pas in de hadith kan er gevonden worden hoe, wanneer en door wie dit dient te geschieden. In de hadith kunnen dan ook aanwijzingen gevonden worden over onderwerpen die het gehele praktische leven van een moslim betreffen, zoals: gebed, reiniging, vasten, wetenschap, kennis, huwelijk, geboorte, dood, handel, eten en drinken, halal en haram, enz.
De koran geeft duidelijk aan welke waarde aan de woorden van de profeet (vrede zij met hem) toegekend dient te worden:
"Zeg: Als u Allah liefheeft, volgt mij dan en Allah zal u liefhebben en uw zonden vergeven. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol." (Koran 3:31)
"En wat de Boodschapper u ook geeft, neemt het (aan), en wat hij verbiedt, weerhoudt u daarvan en vreest Allah. Zeker, Allah is streng in het straffen. " (Koran 59:7)
Volgens Djabier zei de profeet (vrede zij met hem) op zijn afscheidspelgrimage: "Ik heb jullie iets nagelaten, dat, wanneer jullie je daaraan houden, ervoor zal zorgen dat jullie nooit verkeerd geleid zullen worden: het Boek van Allah en dat wat jullie van mij krijgen door me vragen te stellen (m.a.w. de hadith)."
(Moslim sharif)
Diverse malen heeft de profeet (vrede zij met hem) het belang van de hadith benadrukt. Zo stelde hij eens, aldus zijn geliefde vrouw Aisha, in een khutbah (verhandeling) deze retorische vraag: "Wat zal de toestand zijn van die mensen, die zich afzijdig houden van iets wat ik zelf doe?" (Bukhari)
Het levende voorbeeld van de profeet (vrede zij met hem) heeft alles vervangen wat Allah voordien aan de mensheid had geopenbaard.
Imaam Bukhari reisde eens honderden kilometers om een man te bezoeken, die hem mogelijkerwijze hadith van de profeet (vrede zij met hem) zou kunnen vertellen. Na een zware reis kwam Bukhari op de plaats van bestemming aan. Daar zag hij dat de bewuste man buiten zijn huis stond en bezig was zijn paard dat verderop aan het grazen was, met een lege haverzak naar zich toe te lokken. Imaam Bukhari concludeerde hieruit dat de man onbetrouwbaar was en vertrok onmiddellijk, zonder ook maar één woord met hem te willen wisselen.
Deze anekdote laat duidelijk zien hoe scherp door Imaam Bukhari geselecteerd werd bij het verzamelen van de hadith.
Dat de hadith bewaard zijn gebleven, is vooral te danken aan de enorme liefde en toewijding die de metgezellen voor hun profeet (vrede zij met hem) en voor de islam toonden. Zo werd Hadzrat Bilal in de stad Mekka tot het uiterste getergd om afstand te doen van de islam. Zonder succes, want zelfs toen hij onder de brandende zon met zware stenen op zijn borst werd gemarteld, bleef hij roepen "Ahad", "Ahad" ("één Allah", "één Allah"!).
Men zag eens dat Ali lachte toen hij aan het paardrijden was. Toen hem gevraagd werd waarom hij dat deed, antwoordde hij dat hij de profeet (vrede zij met hem) eens precies zo had zien lachen toen deze op een paard zat. Er kunnen duizend en één voorbeelden gegeven worden om de sterke band tussen de profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen te illustreren.
Gedurende het leven van de heilige profeet (vrede zij met hem) werden de hadith nauwelijks opgeschreven. De noodzaak hiervoor was ook niet zo groot, omdat men altijd de profeet (vrede zij met hem) kon bezoeken om hem vragen te stellen. Bovendien bleef de profeet (vrede zij met hem) gedurende zijn levensjaren geïnspireerde woorden spreken, zodat pas daarna een systematische verzameling van hadith mogelijk was. Het is echter niet zo dat er toen niets opgetekend werd. De befaamde verzamelaar van hadith Imaam Bukhari zegt in zijn "Sahih" dat Abdullah ibn Umar tijdens het leven van de profeet (vrede zij met hem) hadith opschreef.
Na het heengaan van de heilige profeet (vrede zij met hem) verspreidden de metgezellen zich en predikten in verre landen de boodschap van de islam. Er bestond nog steeds geen verzameling van de tradities van de profeet (vrede zij met hem). De enige mogelijkheid om hadith te horen, was een van de metgezellen te bezoeken. De plaatsen waar de metgezellen van de profeet (vrede zij met hem) zich gevestigd hadden, kregen in de loop van de tijd bekendheid en ze veranderden langzamerhand in centra waarin lering over de islam gegeven werd. Als motten werden talloze studenten door het Licht dat de wijsheid van de koran en de hadith verspreidde, aangetrokken. Sommigen reisden zelfs van centrum naar centrum, omdat niet één van de metgezellen volledige kennis van de hadith kon hebben. Zo reisde Djabir ibn Abdullah van Medina naar Syrië om de juistheid van één enkele uitspraak van de profeet (vrede zij met hem) te verifiëren. In die dager betekende dat een reis van een maand!
De samensteller van de "Sihah Sitta" paste talloze criteria toe om de betrouwbaarheid van de hadith te testen. Zo kende imaam Bukhari na een onderzoek van ongeveer 40 jaar 600.000 hadith, maar zijn blik was zo kritisch dat hij er in zijn Sahih slechts 7.295 opnam.
De volgende criteria werden door de schrijvers van de "Sihah Sitta" gehanteerd bij de selectie van de hadith:
1.Er moest duidelijk in vermeld staan dat de Profeet (vrede zij met hem) het een of ander gezegd of gedaan had.
2. Hij die de hadith vertelde, moest hebben aangegeven dat hij erbij aanwezig was toen de profeet (vrede zij met hem) over de bewuste zaak sprak. Als hij afwezig was, moest hij een complete keten van vertellers geven tot en met degene die wel bij de profeet (vrede zij met hem) aanwezig waren.
3. Elk van de personen uit voornoemde keten moest een zodanig niveau van kennis hebben, dat hij zowel in staat moest worden geacht de hadith te begrijpen als deze aan anderen correct door te vertellen.
4. Elk van de personen uit de keten van vertellers moest vroom, deugdzaam en eerlijk zijn.
5. Een hadith waarin beschuldigingen voorkwamen tegen een metgezel van de profeet (vrede zij met hem) of tegen iemand uit het gezin van de profeet (vrede zij met hem) werd verworpen.
6. Een hadith die qua woordkeus niet zuiver Arabisch was, werd evenals een hadith die woorden bevatte die onbehoorlijk waren, verworpen.
7. Er moest worden aangetoond dat elk van de personen die een hadith vertelde, op het moment dat men de hadith hoorde, een zodanige leeftijd had, dat hij of zij in staat kon worden geacht om de volledige betekenis van de bewuste hadith te kunnen begrijpen.
8. Een hadith die in tegenspraak was met een vaststaand historisch feit werd verworpen.
9. Een hadith die een zeer zware straf bevatte voor een relatief klein vergrijp of die een erg hoge beloning beloofde voor een relatief kleine deugd werd verworpen.
10. Als iemand een hadith vertelde die een onderwerp bevatte wat eigenlijk algemeen bekend zou moeten zijn en door alle moslims toegepast had moeten worden, terwijl dit niet het geval was en de verteller dus alleen stond in zijn bewering dan werd de hadith verworpen.
11. Een hadith die tegen het verstand indruiste of tegen een bekend rechtsprincipe inging, werd verworpen.
12. Een hadith die tegen een lering uit de koran inging, werd verworpen.
13. Een hadith die tegen algemeen aanvaarde uitspraken inging, werd verworpen.
Ook ten aanzien van hen die hadith vertelden, werden zware eisen gesteld teneinde de betrouwbaarheid ervan te waarborgen.
De volgende criteria werden gehanteerd:
1. De naam, bijnaam, titel, afkomst en het beroep van de vertellers moesten bekend zijn.
2. Hij mocht geen enkele leugen gesproken hebben over een hadith van de profeet (vrede zij met hem).
3. Men mocht hem niet van een misdaad beschuldigd hebben en hij mocht niet bekend staan als een leugenaar.
4. Hij mocht niet bij herhaling fouten of grove overtredingen gemaakt hebben.
5. Bij het vertellen van hadith mocht hij geen onzorgvuldige houding tonen.
6. In woord en daad mocht hij geen slecht mens zijn.
7. Hij mocht zich geen woord ingebeeld hebben.
8. Hij mocht niets slechts over betrouwbare personen gezegd hebben.
9. Hij mocht geen analfabeet, noch een dwaas zijn geweest.
10. Hij mocht geen eigen afwijkende religieuze opvattingen hebben gehad.
11. Hij mocht geen slecht geheugen gehad hebben.
12. Hij moest alles wat hij over de bewuste hadith hoorde, nauwgezet op waarheid onderzocht hebben, zoals de koran (Surah 46:6) dat vereist.
Bij de selectie van hadith was ook belangrijk of er sprake was van de oorspronkelijke woorden van de Profeet (vrede zij met hem) of dat de verteller alleen maar de betekenis daarvan had weergegeven. In het laatste
geval moest de verteller wel duidelijk een ontwikkeld en vroom mens zijn geweest, want anders werd de hadith met wantrouwen bekeken. In verband met dit alles was het noodzakelijk om grafische gegevens van de vertellers te hebben. Daarom ontstond de wetenschap van "Asma-ar- djaal" (levensbeschrijvingen van vertellers). Er wordt wel gezegd, dat bijna liefst 2 miljoen levensbeschrijvingen van vertellers van hadith op papier zijn gezet.
Die hadith welke in de 6 authentieke boeken, de "Sihah Sitta" terecht zijn gekomen, zijn zonder twijfel correct en kunnen absoluut vertrouwd worden. Binnen deze "Sihah Sitta" nemen de Sahih van Bukhari en de Sahih van Moslim de voornaamste plaatsen in. Vanuit religieus oogpunt zijn deze boeken na de heilige koran de belangrijkste bronnen van kennis.
2
-
@FredCompusmurf
De koran is geopenbaard aan profeet Mohammed in gedeelten gedurende de drieëntwintig jaar van zijn profeetschap. Wanneer er een probleem naar boven kwam of wanneer Allah een speciaal advies wilde geven aan de profeet en zijn volgelingen, zond Allah de engel Djibriel met een gedeelte van de koran die hij aan de profeet voorlas. Dus de koran is niet in zijn complete vorm ineens geopenbaard, zoals de vroegere geopenbaarde boeken, maar in gedeelten gedurende een bepaalde periode.
Toen Djibriel voor de eerste keer een deel van de koran voorlas aan de profeet, probeerde de profeet het hem woord voor woord na te zeggen. Allah liet Djibriel hem later vertellen dat niet te doen. Hij moest in plaats daarvan aandachtig naar de koran luisteren. Toen de profeet dat deed, maakte Allah het hem mogelijk om alles te onthouden, zonder enige moeite van zijn kant.
Allah zei in de koran:
"Beweeg jouw tong er niet mee (de koran) om er haast mee te maken. Voorwaar, het is aan Ons hem te doen bewaren en hem voor te doen dragen. Wanneer Wij hem dan hebben doen voordragen, volg dan zijn voordracht." (Koran 75:16-18)
Het was zeer belangrijk dat de profeet alles wat aan hem werd geopenbaard onthield, want hij kon niet lezen en schrijven.
De profeet heeft alles van de koran doorgegeven aan zijn metgezellen voordat hij overleed. Hij gebruikte een aantal verschillende manieren om zeker te stellen dat zij het precies zo zouden onthouden en vastleggen zoals hij het had geleerd.
De profeet reciteerde altijd diverse delen van de koran hardop in de gemeenschappelijke gebeden. Zo hoorden zijn volgelingen dagelijks gedeelten van de koran.
Iedereen die toetrad tot de islam werd gedeelten van de koran onderwezen om te gebruiken voor de dagelijkse gebeden. Moslims waren daarom altijd bezig om elkaar diverse gedeelten van de koran te onderwijzen of te leren.
De profeet heeft zijn volgelingen verteld dat de beste van hen degenen waren die de koran leerden en onderwezen. Dit motiveerde hen om zich nog meer in te spannen om de koran uit het hoofd te leren en het aan anderen te onderwijzen.
Degenen die in staat waren om te lezen en schrijven, werden door de profeet opgedragen om diverse delen van de koran op te schrijven als ze werden geopenbaard. De profeet vertelde ze de volgorde waarin ze de verzen moesten vastleggen.
Omdat er geen papier was in Arabië in die tijd, werd de koran geschreven op alles wat voor handen was. De metgezellen schreven de verzen van de koran op dadelpalmbladeren, platte stenen, boomschors, hout, gedroogde dierenhuiden en zelfs op de schouderbladen van schapen of kamelen. De verzen van de koran werden dus bewaard in zowel de harten van de moslims, als op schrift, tijdens het leven van de profeet. Sommige mensen traden de islam binnen in diverse stadia van de missie van de profeet. Slechts enkelen hoorden de gehele koran rechtstreeks van de profeet. Ook waren bepaalde metgezellen beter in het onthouden dan anderen. Dus ook al onthielden ze allemaal gedeelten van de koran, slechts enkelen waren in staat om de gehele koran te onthouden tijdens het leven van de profeet.
Toen de profeet in het jaar 632 (Chr.) overleed, was de gehele koran niet opgeschreven in één compleet boek. Het was bewaard op verscheidene stukken schrijfmateriaal en bleef in het bezit van verschillende volgelingen van de profeet. Zij hadden allemaal een gedeelte, maar niemand van hen had alles. Omdat de verzen van de koran doorlopend geopenbaard werden, tot een paar maanden voor de dood van de profeet, maakten de metgezellen zich meer zorgen om het te onthouden dan om het allemaal in een boek vast te leggen. Als gevolg daarvan is de bundeling van de koran in één tekst niet gedaan tijdens het leven van de profeet.
Na de dood van de profeet ontstonden er op het Arabische schiereiland drie duidelijke groepen die in opstand kwamen tegen de islam.
De eerste groep bestond uit degenen die besloten dat ze geen Islamitische belasting aan iemand anders dan de profeet wilden betalen. Zij hadden niet het gevoel dat de belasting een hoeksteen van de islam was, zoals gebed, vasten en bedevaart. Zij beschouden de belasting in plaats daarvan als een bijdrage; een soort belasting die betaald wordt aan iemand die hen had verslagen. Dus toen de profeet stierf, vonden zij dat ze dit niet langer hoefden te betalen. Toen Aboe Bakker de leider van de moslimstaat werd, weigerde deze groep om de belasting te betalen en stuurde zij legers naar de hoofdstad Medina, om de moslimstaat ten val te brengen. Zij eisten te worden vrijgesteld van belasting of anders zouden ze de centra van de islam aanvallen en vernietigen.
De eerste groep werd aangevuld door degenen die de islam hadden geaccepteerd om aan een nederlaag te ontsnappen, maar ook degenen die gewoon aan die winnende kant wilden staan. Deze groep heeft nooit in Allah en Zijn boodschapper geloofd. Zij wilden de islam vernietigen, zodat ze vrij konden zijn om te doen wat ze wilden. Omdat de legers van degenen die weigerden de belasting te betalen sterk leken, hebben veel van deze hypocrieten zich bij hen aangesloten.
De derde groep waren de valse profeten en profetesses. In de Najd, in de regio van Jamaama, verklaarde een Arabier van de stam Haniefa zich zelf tot profeet. In het zuidelijk deel van Arabië deed een andere Arabier van de stam van 'Ans, genaamd Aswad, een aanspraak op het profeetschap en nam Najraan over. Ten noorden van Arabië verklaarde een vrouw die Sadjaah genaamd was zichzelf ook tot profetesse en kwam in het geweer tegen de moslimstaat. Deze valse profeten nodigden de mensen uit om de islam te verlaten, door te beweren dat Allah nieuwe wetten aan hen had geopenbaard, die de meeste dingen die door de profeet Mohammed waren verboden weer toegestaan maken.
Echte moslims werden onder het leiderschap van de Kalief Aboe Bakr gedwongen om deze drie groepen te bestrijden om de islam opnieuw te vestigen op het hele Arabische schiereiland.
2
-
2
-
2
-
@FredCompusmurf Je denkt dat Jezus (vrede zij met hem) gekruisigd is? Hoe komt het dan dat de bijbel hierin verschillende verzen met verschillende feiten over vermeld?
Kijk naar Matteüs 27:46 blz. 30 …Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten…
En kijk naar Marcus 15:34 blz. 49…En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Eloi, Eloi, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten…
Vergelijk eens met Lucas 23:46 blz. 80…en Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest…
en met Johannes 19:30 blz. 103
…Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest…
Ook is het opmerkelijk dat Jezus (vrede zij met hem) teleurgesteld is in God. Hij zegt “…waarom hebt Gij mij verlaten…”
Meer verschillen in deze verzen ; wilde Jezus (vzmh) zelf drinken (blz. 103, 19:29) of nam iemand anders het initiatief (blz. 49, 15:36). Scheurde de tempel voor zijn dood of erna? Blz. 30 en 49 na zijn dood, blz. 80 voor zijn dood. Lees deze verzen goed door en zie de verschillen. (???)
1 Johannes 3:9 blz. 213 …Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonden…
Vergelijk eens met 2 Kronieken 6:36 blz. 365 …er is immers geen mens die niet zondigt…
Dus ook hier weer is het feit dat Jezus (vzmh) voor onze zonden gestorven is, een groot vraagteken.
1
-
1
-
1
-
@FredCompusmurf
Tijdens deze oorlogen, Riddah genaamd (afvalligheid), werden vele van degenen die grote delen van de koran uit hun hoofd kenden, gedood. De moslims die veel koran in hun harten meedroegen waren goed op de hoogte van de beloningen die Allah heeft beloofd aan degenen die vechten voor de islam. Vandaar dat zij altijd in de frontlinies te vinden waren.
Omar ibn al Chattab realiseerde zich het gevaar van wat er gebeurde en vreesde dat als er niet snel iets werd gedaan, dat de de koran verloren zou gaan voor de toekomstige generaties moslims. Daarom ging hij naar de Kalief Aboe Bakr en adviseerde hem om de hele koran te laten opschrijven in één boek, zodat het niet verloren zou gaan. Aboe Bakr weigerde in eerste instantie, omdat de profeet daarvoor geen opdracht had gegeven. Hij was bang dat hij iets nieuws in de religie zou brengen, want de profeet had hen gewaarschuwd tegen het veranderen van de religie. Christenen waren vóór hen afgedwaald, omdat zij de religie die de profeet Jezus (vrede zij met hem) had gebracht hadden veranderd nadat hij was heengegaan. Daarom was Aboe Bakr erg tegen veel veranderingen in de religie die de profeet niet had opgedragen. Echter, na zorgvuldig overwegen van de situatie, besefte hij dat het advies van Omar juist was. De profeet had hen opgedragen om de verscheidene verzen en hoofdstukken van de koran op te schrijven, terwijl het werd geopenbaard, zodat het kon worden behouden. Het samenbrengen van alles wat was opgeschreven in één compleet boek was alleen maar de voltooing van wat de profeet was begonnen.
De Kalief Aboe Bakr vroeg Zaid bin Thaabit om leiding te geven aan het verzamelen en het opschrijven van de hele koran. Zaid weigerde dit in eerste instantie vanwege dezelfde redenen als Aboe Bakr had gehad, maar na een tijdje besefte hij ook dat het juist was.
Zaid werd gekozen omdat:
- Hij één van de beste reciteurs van de Koran was.
- Hij één van de weinigen was die de hele koran uit het hoofd had geleerd tijdens het leven van de profeet.
- Hij één van degenen was die door de profeet was gevraagd om de koran op te schrijven.
- Hij één van de weinigen was die aanwezig waren toen de profeet de hele koran heeft gereciteerd tijdens de laatste ramadan van zijn leven.
Zaid begon met het proces door alle materialen waarop de koran was opgeschreven te verzamelen. Daarna verzamelde hij iedereen die ook de hele koran of grote delen daarvan uit het hoofd had geleerd om zich heen. Daarna vergeleek hij wat opgeschreven was met wat hij en anderen hadden onthouden. Als ze er allemaal over eens waren, werd het opgeschreven op lederen pagina’s. Op deze manier is de gehele koran opgeschreven tijdens de regering van de eerste Kalief. Na de afronding overhandigde Zaid het aan de Kalief Aboe Bakr, die het behield tot aan zijn dood, twee jaar nadat hij Kalief werd.
Vlak voor zijn dood gaf hij de koran over aan Omar, die hij had gekozen als tweede Kalief. Omar behield deze kopie van de koran tot aan zijn dood, tien jaar later, door de moordenaar Aboe Loe’loe’. De koran werd toen overgegeven aan zijn dochter Hafsah, die ook een van de vrouwen van de profeet was. Hafsah bewaarde de koran in haar huis in Medina, maar zij stelde het beschikbaar aan iedereen die er kopieën van wilde maken, of de juistheid te controleren van wat zij hadden onthouden.
Na de dood van de tweede Kalief Omar, werd door een commitee, bestaande uit zes van de beroemdste metgezellen van de profeet Oethmaan bin ‘Affaan gekozen tot derde Kalief.
Tijdens de regering van Kalief Omar heeft de Islamitische Staat zich uitgebreid voorbij de grenzen van het Arabische Schiereiland naar Egypte, Syrië en Irak. Onder het opvolgende bewind van Kalief Oethmaan ging de uitbreiding door naar Perzië, India, Rusland, China, Turkije en over Noord Afrika. Vele mensen in deze regio’s accepteerden de islam en leerden de recitatie van de koran van de vroege moslims. De koran was geopenbaard aan de profeet in zeven verschillende Arabische dialecten en de vroege moslims onderwezen de koran in haar diverse lezingen.
In de moslimprovincies begonnen sommige Arabieren op te scheppen dat hun dialect superieur was aan dat van anderen. Daarnaast, als nieuwe moslims fouten maakten in hun recitatie van de koran, was het soms moeilijk om te zeggen of het werkelijk om een fout ging of dat het een van de zeven lezingen was die door de profeet zijn onderwezen. Deze problemen werden uiteindelijk een bron van verwarring in de moslim provincies buiten Arabië. Een van de metgezellen van de profeet met de naam Hoedhaifah bin al Yamaan merkte de verwarring terwijl hij in Irak was, en hij vreesde dat het zou leiden tot het uiteenvallen van de moslimnatie en veranderingen van de koran. Bij zijn terugkeer in de hoofdstad informeerde hij Kalief Oethmaan over wat hij had gezien. Kalief Oethmaan realiseerde zich de ernst van de situatie en riep de voornaamste metgezellen bijeen om een oplossing te vinden voor het probleem. Zij besloten om officiële kopieën van de koran te maken van het exemplaar dat in de tijd van Aboe Bakr was opgesteld en de mensen te limiteren aan de recitatie hiervan.
Oethmaan vroeg Hafsa om een origineel exemplaar van de koran en riep Zaid bin Thaabit om een commitee van vier koranische geleerden voor te zitten, die de taak zou ondernemen om de officiële kopieën te vervaardigen. Toen de kopieën waren vervaardigd, werd het origineel teruggegeven aan Hafsah. Er werden in totaal zeven kopieën gemaakt en één werd er gestuurd naar Mekka, een ander naar Syrië, één naar Basra, één naar Kufah, één naar Jemen, één naar Bahrein en één exemplaar werd bewaard in de hoofdstad Al Medina. Kalief Oethmaan stuurde een officiële reciteur van de koran met elke kopie mee, om alle problemen die later zouden blijken op te helderen. Hij gaf ook opdracht om alle andere kopieën van de koran zouden worden vernietigd, want mensen hadden aantekeningen gemaakt in hun persoonlijke kopieën en sommige kopieën waren incompleet. Alle nieuwe kopieën werden daarna gemaakt van de officiële kopie ‘Mushaf Oethmaan’ genoemd, en op die manier werd de koran gered van elke vorm van verandering of verlies. Dit proces werd afgerond in het jaar 646, twee jaar nadat Oethmaan de nieuwe Kalief werd.
Hoewel het totale aantal van de metgezellen dat de koran uit het hoofd had geleerd en voorgelezen aan de profeet klein was, hebben velen het uit het hoofd geleerd na zijn dood. In feite nam het aantal dat de koran uit het hoofd kende met elke volgende generatie moslims toe. Vandaag de dag zijn er letterlijk honderden duizenden moslims over de hele wereld die dit hebben gedaan.
1
-
1
-
@FredCompusmurf
Geen greintje vrijheid in de islam? Wat is vrijheid? Tussen 1642 en 1651 leek Groot-Brittannië in een burgeroorlog ten onder te zullen gaan. De Schotten en Ieren waren een opstand begonnen tegen de Engelse koning Karel I en deze laatste kreeg vervolgens ruzie met zijn eigen parlement toen hij geld bijeen probeerde te brengen voor de vorming van een Engels leger. In ruil voor hun steun aan de oorlog eisten de Engelse parlementariërs namelijk van de koning ruimere bevoegdheden en grotere macht. Deze twist leidde uiteindelijk tot een oorlog tussen een leger van koningsgezinden en een leger van parlementsgezinden, waardoor heel Groot-Brittannië het toneel werd van oorlog.
De Britse filosoof Thomas Hobbes (1588–1679) leefde in deze periode en raakte diep beïnvloed door wat hij meemaakte. Niet alleen werden de mensen geconfronteerd met het brute geweld van oorlog. Ook omdat het centrale gezag volkomen verdween uit het dagelijkse leven van de mensen, stortte de samenleving feitelijk ineen. Er ontstond wetteloosheid, ten gevolge waarvan boeren het land niet meer bewerkten, transport tussen steden te gevaarlijk werd en bedrijven de deuren sloten.
Deze ervaringen overtuigden Hobbes van de noodzaak van een sterk centraal gezag. Volgens hem zou iedere samenleving zonder sterk centraal gezag eruit zien zoals Engeland ten tijde van de Engelse Burgeroorlog. In zijn boek “Leviathan” van 1651 beschreef Hobbes deze volgens hem “natuurlijke situatie” van de mens. Omdat de mens van nature egoïstisch is, zegt Hobbes, zou in een situatie zonder centrale autoriteit, regels of wetten de mens leven in een staat van continue conflicten en enkel kunnen nadenken over “vrees, en angst voor een gewelddadige dood”. Deze fundamentele visie vormde het uitgangspunt voor het verdere denken van Hobbes.
Volgens Hobbes is het voor ieder mens duidelijk dat deze “natuurlijke situatie” van oorlog het ultieme kwaad is voor het menselijke bestaan. En, zegt Hobbes, de mens realiseert zich hierdoor bepaalde “natuurlijke wetten”, zoals dat vrede beter is dan oorlog, dat de dingen die vrede doen realiseren goed zijn, et cetera. Deze “natuurlijke wetten” tezamen doen volgens Hobbes de mens concluderen dat zij moeten leven onder een politieke autoriteit die wetten maakt en de mensen dwingt zich aan deze wetten te houden. Zodat orde in de samenleving tot stand gebracht kan worden.
Alleen in een dergelijke geordende samenleving kan volgens Hobbes “vrijheid” bestaan. Hobbes definieert vrijheid als “de capaciteit om te handelen volgens de vrije wil”. In de “natuurlijke situatie” van oorlog is de mens te druk bezig met overleven, ten gevolge waarvan hij volgens Hobbes geen tijd heeft om na te denken over wat hij echt wil. Vrijheid kan volgens Hobbes daarom enkel bestaan in een staat met een centrale autoriteit die orde houdt door wetten ten uitvoer te brengen over de samenleving. Deze staat zou verder een absolute staat moeten zijn, een staat waarin de centrale autoriteit volledige macht in handen heeft en niemand de beslissingen en acties van de staat bekritiseert of ongehoorzaam is. Hobbes’ reden hiervoor is dat iedere beperking van de macht van de centrale autoriteit de samenleving dichter bij de “natuurlijke situatie” brengt waarin volgens hem geen vrijheid bestaat.
Als de regels of wetten van de geordende samenleving een individu niet toestaan om iets van zijn vrije wil ten uitvoer te brengen, dan ziet Hobbes hierin geen beperking van de persoonlijke vrijheid van dit individu. Immers, het individu heeft zelf ingezien dat een geordende samenleving noodzakelijk is. Dus hij heeft zichzelf in vrije wil onderdanig gemaakt aan de regels en wetten van deze samenleving. In de visie van Hobbes is persoonlijke vrijheid dus het bestaan van een centrale autoriteit met regels en wetten, waardoor het handelen van de individuen in de samenleving beperkt wordt.
1
-
@FredCompusmurf
In de werken van de Franse filosofoof Jean-Jacques Rousseau (1712–1778) komen de ideeën van Hobbes en Locke tezamen. Rousseau was het eens met Locke dat in de “natuurlijke situatie” de mensen vreedzaam samenleven. Hij verschilde echter van mening met Locke over waarom dit zou zijn. Volgens Rousseau is dit omdat in de “natuurlijke situatie” de mens nog niet verpest is door het samenleven met andere mensen. In Rousseau’s “natuurlijke situatie” is de mens een soort van pre-historische mens, iemand van simpel niveau die niet nadenkt over bezit, zijn toekomst of andere mensen. Hij leeft daarom op zichzelf, van dag tot dag. Volgens Rousseau veroorzaakt de “natuurlijke mens” geen problemen voor zijn medemens omdat hij naast egoïsme ook een natuurlijke empathie heeft – hij houdt er niet van om anderen te zien lijden. Daarom leven de mensen in Rousseau’s “natuurlijke situatie” vreedzaam samen.
Volgens Rousseau heeft de mens deze “natuurlijke situatie” verlaten omdat hij alsmaar meer zijn verstand is gaan gebruiken en is gaan samenleven in gemeenschappen. In deze samenlevingen worden de mensen volgens Rousseau zoals de “natuurlijke mens” van Hobbes. Ze worden egoïstisch en proberen ten koste van elkaar rijkdom en macht te vergaren, waardoor conflicten en oorlog ontstaan – mensen zullen proberen elkaar te domineren en te dwingen tot bepaalde ideeën en handelingen.
Om deze situatie van oorlog te beëindigen stelt Rousseau een samenwerking van de mensen in de samenleving voor. Een terugkeer naar de “natuurlijke situatie” is namelijk onmogelijk volgens Rousseau, vanwege de evolutie van de mens. De mensen moeten daarom een “sociaal contract” overeenkomen en akkoord gaan met de instelling van een centrale autoriteit over hen allen, zodat de oorspronkelijke en natuurlijke vrijheid van iedereen terug kan komen. In de visie van Rousseau werkt dit als volgt. Al de individuen in de samenleving geven hun vrijheid op, in ruil waarvoor ze een stem krijgen in de autoriteit, oftewel de “republiek” zoals Rousseau de centrale autoriteit noemde. Deze republiek komt zo de wil van de samenleving te representeren, de “algemene wil” in de terminologie van Rousseau. De algemene wil weerspiegelt de belangen van de samenleving, niet de belangen van ieder van de mensen in de samenleving. Volgens Rousseau zijn de belangen van de samenleving namelijk niet slechts de som van de belangen van al de mensen in de samenleving. De algemene wil is daarom een betere weergave van wat goed is voor de mensen in de samenleving. Volgens Rousseau weet de algemene wil beter wat goed is voor de samenleving dan de individuen in de samenleving. De centrale autoriteit moet daarom iedereen in de samenleving dwingen om zich te onderwerpen aan de algemene wil. Zo kunnen de individuen in de samenleving het probleem van conflict en oorlog oplossen en terug in “vrijheid” leven. De dwang van de centrale autoriteit om in overeenstemming met de algemene wil te leven is dus feitelijk een dwang om in vrijheid te leven. Omdat de mensen er zelf voor kiezen om in een samenleving te leven en een centrale autoriteit in te stellen kan volgens Rousseau niet gezegd worden dat deze dwang een beperking van de vrijheid van het individu is. Volgens Rousseau is vrijheid dus het leven volgens de regels en wetten van een almachtige staat.
De Duitse filosoof Immanuel Kant (1724–1804) geloofde niet dat het menselijk verstand de “natuurlijke situatie” van de mens kan achterhalen. Hij geloofde daarom ook niet dat het verstand op basis van een “natuurlijke situatie”, “natuurlijke wetten” zoals het “recht op vrijheid” kan beargumenteren. Toch beargumenteerde Kant voor “vrijheid” en hij introduceerde hiervoor een nieuwe rechtvaardiging.
1
-
@FredCompusmurf
Kant stelde dat de mens simpelweg moet aannemen dat hij vrij is, dat zijn verstand vrij is en dat hij de capaciteit heeft om te handelen in overeenstemming met zijn verstand, omdat het anders geen zin heeft om over het leven na te denken. Op basis hiervan stelde Kant dat de mens één natuurlijk recht toegeschreven moet worden, namelijk de vrijheid om “onafhankelijk (te) zijn van de beperking (van het handelen) door anderen”. Kant zei dus feitelijk: als we ervan uitgaan dat de mens van nature een capaciteit heeft om te kiezen, dan is vrijheid van kiezen een recht dat hoort bij de menselijke natuur.
Net als zijn voorgangers in de filosofie zag ook Kant een centrale autoriteit als een voorwaarde voor het bestaan van vrijheid. Een staat is nodig om de beperking of overtreding van de vrijheid van anderen door sommige mensen in de samenleving tegen te gaan, zei hij. Een staat lijkt dus enkel de vrijheid van mensen te beperken, zei Kant, terwijl deze in werkelijkheid vrijheid mogelijk maakt door willekeurige beperking van de vrijheid van mensen in de samenleving onmogelijk te maken. De staat, met andere woorden, beperkt de beperkingen van de vrijheid.
De Britse filosoof John Stuart Mill (1806–1873), ten slotte, gebruikte nut om vrijheid te beargumenteren. De samenleving profiteert wanneer mensen vrij zijn om te denken, te spreken, te handelen en te verenigen zoals zij willen, was zijn fundamentele argument voor vrijheid.
In 1859 schreef hij zijn boek “Betreffende Vrijheid (On Liberty)” in reactie op de gebeurtenissen die sinds de opkomst van de discussie over vrijheid plaats hadden gevonden. Oorspronkelijk, zei Mill, had de discussie in hoofdzaak betrekking gehad op de rechten van onderdanen in een staat ten opzichte van hun heersers. Sindsdien, echter, was het idee van de democratische republiek in Amerika ten uitvoer gebracht. De mensen zagen hun heersers nu meer als hun slaven, zei Mill, als individuen aangesteld om de belangen van de mensen in de samenleving te dienen. In de visie van Mill was een belangrijk gevolg hiervan de mogelijkheid voor de meerderheid van mensen in een samenleving om hun wil op te leggen aan de minderheid. In een democratische republiek kan deze beperking van de vrijheid van sommige mensen in de samenleving plaatsvinden door middel van de gekozen autoriteit. Maar, zei Mill verder, in moderne samenlevingen kan de beperking van de vrijheid van sommige mensen ook plaatsvinden op een informele manier, namelijk door de druk van publieke opinie.
De essentiële kwestie in Mill’s denken was daarom, hoe kan de vrijheid beschermd worden tegen de neiging van de meerderheid om door middel van de dwang van de staat en publieke opinie zijn wil op te leggen aan de minderheid en het individu?
Mill droeg een principe aan ter oplossing van deze kwestie. De beperking van vrijheid zou niet gerechtvaardigd moeten worden op basis van paternalisme, oftewel op basis van het nut voor het individu van de beperking van zijn vrijheid. Volgens Mill was dit geen terechte rechtvaardiging. Als een individu ervoor kiest om zichzelf te schaden, dan moet hij de vrijheid hebben om dit te doen, zei Mill. In plaats hiervan waren beperkingen van de vrijheid van individuen enkel gerechtvaardigd om de andere mensen te beschermen. Met andere woorden, iemand, waaronder de staat, mag enkel de vrijheid van een ander individu beperken om zijn eigen welzijn te beschermen.
De genoemde filosofen van de vrijheid hebben allemaal iets unieks toegevoegd aan de discussie omtrent het idee vrijheid. Één van de weinige punten waar deze filosofen van de vrijheid het echter allemaal over eens zijn, is dat het idee van vrijheid wetten nodig heeft.
Dit heeft deze filosofen van de vrijheid ertoe gebracht met onverwachte definities en beschrijvingen van vrijheid te komen. De reeds geïntroduceerde Hobbes zei dat de vrijheid van de mens “ligt in wat de heerser heeft toegestaan”. Locke zei “het doel van de wet is niet af te schaffen of te beperken, maar om vrijheid te behouden en vergroten; … want waar geen wet is, is geen vrijheid”. En Rousseau definieerde vrijheid als “het recht onze eigen ketenen te bepalen”. Verder definieerde de Franse filosoof Montesquieu (1689 –1755) vrijheid als “het recht te doen wat de wet heeft toegestaan”, terwijl de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770– 1831) vrijheid definieerde als “het recht de wet te gehoorzamen”.
Het is duidelijk, derhalve, dat het woord “vrijheid” geen goede beschrijving is van het idee. Het idee vrijheid is feitelijk de antithese van het woord vrijheid. Het woord vrijheid impliceert namelijk de afwezigheid van wetten, terwijl het idee vrijheid juist de aanwezigheid van wetten nodig heeft.
1
-
@FredCompusmurf
Dit is in feite misleidend en het bewijs hiervoor kan gevonden worden in de discussies die heden ten dage over het idee vrijheid gevoerd worden. De moslims, en eerder de communisten, worden er van beschuldigd “niet voor vrijheid” te zijn omdat hun Islamitische respectievelijk communistische ideeën, wetten voorstaan die grenzen opleggen aan het gedrag van de mens. Maar aangezien het idee vrijheid zelf gebonden is aan het bestaan van wetten die grenzen opleggen aan het gedrag van de mens, is deze kritiek op Islam en communisme duidelijk en volkomen onterecht.
Het idee “vrijheid” bestaat uit een kern en details.
De kern van het idee is zeer algemeen geformuleerd ten gevolge waarvan het bijna onmogelijk is er kritiek op te hebben. De kern van het idee “vrijheid” is namelijk dat aangezien mensen in samenlevingen leven, zij een centrale autoriteit boven zichzelf moeten plaatsen, omdat enkel een centrale autoriteit de wetten kan instellen die een samenleving ordenen, terwijl ordening van het samenleven van mensen noodzakelijk is. De enige mensen die fundamenteel kritiek hebben op dit idee zijn de anarchisten. Volgens de anarchisten brengt het menselijke verstand al de mensen tezamen op één idee over wat voor hen allen het beste is en is er dus geen staat nodig die de mensen middels wetten een bepaalde manier van samenleven opdringt. Al de overige stromingen in de filosofie, echter, zowel binnen het kapitalisme, als het communisme, als Islam, zijn het eens met de kern van het idee van vrijheid, namelijk dat een staat met wetten noodzakelijk is.
De details van het idee “vrijheid” gaan over wat precies de wetten zijn waarvan de centrale autoriteit gebruik moet maken en hoe precies deze wetten tot stand moeten worden gebracht. De filosofen van het idee van “vrijheid” verschillen hierover substantieel van mening.
Hobbes roept op tot een totalitaire staat waarin de centrale autoriteit het recht en de macht heeft om te beslissen voor de mensen van de samenleving.
Rousseau zegt iets gelijkaardigs. Volgens hem weet de centrale autoriteit immers het beste wat goed is voor de mensen van de samenleving en hieruit resulteert als van natuurlijk dat de centrale autoriteit het recht en de macht moet hebben om te beslissen voor de mensen van de samenleving.
Volgens Locke moet de centrale autoriteit regeren op basis van de wetten waarover consensus bestaat onder de mensen van de samenleving.
Volgens Kant moet de centrale autoriteit de mensen van de samenleving beschermen tegen willekeurige beperkingen van de vrijheid van de ene mens op de andere. In de visie van Kant moet de centrale autoriteit dus op basis van het principe “niemand heeft het recht de vrijheid van anderen te schaden”, wetten vaststellen.
Mill ziet dit weer anders. Volgens hem moet de centrale autoriteit wetten bepalen op basis van een profijt-principe. Vrijheid is in de visie van Mill in essentie profijtelijk, maar de vrijheid van individuen kan soms leiden tot dingen die het profijt in de samenleving schaden. De centrale autoriteit moet voorkomen dat de vrijheid van het individu het profijt van de samenleving schaadt.
De eerste kritiek op de details van het idee van “vrijheid” is dat er onder de aanhangers van het idee van vrijheid geen eensgezindheid bestaat over deze details. Zonder uitgewerkte details is echter het idee van vrijheid feitelijk nutteloos. Want hoe een centrale autoriteit ook tot beperking van de vrijheid van mensen komt, of hoe verregaand een centrale autoriteit ook de vrijheid van mensen beperkt, er kan in de werken van de filosofen van vrijheid altijd wel een rechtvaardiging gevonden worden hiervoor. Dit betekent dat eigenlijk iedereen altijd vrij is – of hij nu in een democratie leeft, of in een seculiere dictatuur, of in een communistische dictatuur.
Een tweede kritiek op de details van het idee van “vrijheid” is dat al de vrijheids-filosofen beweren dat het verstand de mensen zal leiden naar de details van “vrijheid” die zij voorstellen. Oftewel Hobbes zegt dat het verstand de mensen zal leiden naar de centrale autoriteit die hij voorstelt; Locke zegt dat het menselijk verstand zal leiden naar de centrale autoriteit die hij voorstelt; et cetera, et cetera. Het feit dat zij allen op basis van verstandelijke redenaties tot andere details voor het idee van vrijheid zijn gekomen bewijst echter dat het menselijke verstand geen goede leidraad is in de kwestie “hoe een samenleving te ordenen”. Als het menselijk verstand dit daadwerkelijk zou kunnen, dan zouden al de grote denkers immers tot hetzelfde oordeel moeten zijn gekomen. Integendeel, het verstand van de mens is te beperkt voor deze kwestie, ondermeer omdat het verstand van de mens beïnvloed wordt door de omstandigheden waarin het verstand van een mens zich ontwikkelt. Dit valt duidelijk te zien in de verschillende meningen over wat precies de “natuurlijke situatie” van de mens is, waarbij opvalt hoe de persoonlijke ervaringen van de filosofen hun denken hierover beïnvloed heeft.
1
-
@FredCompusmurf
Op de details van het idee van “vrijheid” is te zien dat met al de meningen over de details van het idee wel iets mis is.
De autoritaire staat van Hobbes is net zo waardeloos voor het welzijn van de mensen als de afwezigheid van een staat. Hobbes zegt dat in afwezigheid van een staat enkel het recht van de sterkste, de gemeenste, de sluwste, degene meest gedreven door bezit en macht, geldt. Hieruit resulteert volgens hem continue strijd tussen de mensen. Er is echter geheel geen garantie dat de centrale autoriteit van Hobbes niet zal bestaan uit mensen voor wie enkel bezit en macht er toe doen, oftewel uit mensen die enkel denken aan het welzijn van anderen of die op zijn minst hun eigen welzijn niet boven het welzijn van anderen plaatsen. Er kan in de filosofie van Hobbes namelijk geen mechanisme gevonden worden dat voorkomt dat de sterkste, de gemeenste, de sluwste, degene meest gedreven door bezit en macht, de positie van centrale autoriteit inneemt. Het uiteindelijke resultaat van Hobbes’ vrijheid-filosofie is dus dezelfde ellendige situatie van “vrees, en angst voor een gewelddadige dood”, ditmaal echter niet aan de hand van een medemens maar aan de hand van de centrale autoriteit.
Rousseau dicht de centrale autoriteit bijna goddelijke wijsheid toe, omdat volgens hem de centrale autoriteit beter zal weten wat goed is voor de mensen in de samenleving dan de mensen in de samenleving zelf. Maar Rousseau vergeet dat zijn centrale autoriteit, zijn “republiek”, zal bestaan uit mensen van de samenleving en niet uit almachtige computers of een goddelijk superwezen. In Rousseau’s samenleving zullen sommigen van de mensen met slechts beperkte kennis van wat goed is voor de mensen en de samenleving dus de wetten maken voor al de mensen in de samenleving. Ongeacht welke mensen men kiest of benoemt in deze centrale autoriteit, er zal altijd wel iets mis zijn met de resulterende wetten. Oftewel, er zullen altijd wetten zijn die de vrijheid van mensen beperken zonder dat dit goed is voor de samenleving. Sterker nog, de mensen die men kiest of benoemt in Rousseau’s centrale autoriteit zullen de wetten maken die in hun belang zijn en dit is per definitie een beperking van de vrijheid van de mensen in de samenleving. Dit is hetzelfde als de autocratie met de adel die voor de rest van de samenleving beslist, waartegen Rousseau zich zo verzette.
Volgens Locke zullen de mensen over de noodzakelijke beperkingen van de individuele vrijheid door de centrale autoriteit een consensus ontwikkelen. Het argument voor deze bewering is echter afwezig. En, als zelfs de grote filosofen geen eensgezinde mening over een veel fundamentelere kwestie als de rol en macht van de centrale autoriteit konden ontwikkelen, hoe redelijk is het dan om te verwachten dat al de mensen tezamen over individuele wetten een consensus zullen ontwikkelen? Bovendien, de wetten waarover consensus gevonden zal worden, zullen deze wetten de juiste zijn? Zullen zij goed genoeg zijn om het samenleven van mensen te ordenen?
Kant richt zich tegen de willekeurige beperkingen van de vrijheid van mensen. De staat moet deze beperkingen voorkomen en in plaats hiervan de samenleving ordenen op basis van wetten die voor iedereen, altijd gelden. Maar is dit daadwerkelijk beter? Bijvoorbeeld, is er niet meer vrijheid in een samenleving waar enkele willekeurige beperkingen de vrijheid voor sommigen beperken, dan in een samenleving waar vele beperkingen de vrijheid voor allen beperken? Men zou kunnen zeggen dat een willekeurige beperking voor een individu een onrecht is. Maar als deze beperking tot algemene regel wordt gemaakt, en al de mensen erdoor getroffen worden, is het onrecht dan minder of groter?
Mill’s profijt principe is een onmogelijk principe omdat niemand precies weet wat profijt zal brengen. Ieder mens wordt dagelijkse geconfronteerd met beslissingen waarvan werd gedacht dat ze profijtelijk zouden zijn, maar die in de praktijk onprofijtelijk blijken te zijn. Dat is waarom de regeringen in de vrije staten voortdurend moeten debatteren over nieuwe wetten en aanpassingen van bestaande wetten.
1
-
@FredCompusmurf
Iedere niet-islamitische autoriteit heeft gefaald. Alleen de sharia zal een oplossing zijn. Iedere samenleving streeft naar een harmonieus bestaan voor haar inwoners. Het succes of het falen van een elk systeem is afhankelijk van verschillende factoren. Een van deze factoren is de visie op de realiteit waaruit het systeem is voortgevloeid. Een andere belangrijke factor is de capaciteit van het systeem om de problemen die ontstaan in de samenleving op te kunnen lossen. Een uniek systeem dat gebaseerd is op een correcte visie op de realiteit en dat tevens oplossingen kan bieden vanuit zijn eigen visie is een succesvol systeem. Echter, als een systeem niet is gebaseerd op een correcte visie van de realiteit en als de oplossingen die het systeem aandraagt voor de samenleving ontoereikend zijn om de problemen van de mens op te lossen dan kan men objectief stellen dat het systeem heeft gefaald. In concrete termen betekent het dat een systeem ter ordening van de samenleving een visie moet hebben die het verstand overtuigd en dat past bij de aard van de mens.
Vandaag de dag is er maar feitelijk één regerend ideologisch systeem in de wereld, en dat is het kapitalisme.
De verdeling van de welvaart is een van de duidelijkste indicatoren van het falende kapitalistische systeem. De armoede in de wereld is gigantisch groot. Momenteel bezit slechts een handvol personen meer rijkdom dan de helft van de wereldpopulatie. Er zijn naar schatting ongeveer drie miljard mensen wereldwijd die onder de armoedegrens leven. Tegelijkertijd is er in de gehele geschiedenis van in dit kapitalistisch systeem regelmatig sprake van overproductie van voedselwaren geweest.
Het voedsel wordt doorgaans vanwege ‘de bescherming van de prijzenmarkt’ telkens weer weggegooid. Zo was er ooit in Nederland sprake van overproductie van melk dat leidde tot de ‘melkplas’ en overproductie van boter die de ‘boterberg’ wordt genoemd. Enkel al het geld dat het Westen uitgeeft aan parfum is voldoende om de ontwikkelingslanden van voedsel te voorzien. Dit illustreert hoe krankzinnig oneerlijk de welvaart is verdeeld.
Men kan vandaag de dag nog steeds waarnemen dat het kapitalistisch systeem inefficiënt te werk gaat. Soedan bijvoorbeeld, heeft voldoende vruchtbare landbouwgrond om heel Afrika ermee te kunnen voeden! In Nederland heeft het CBS voor het eerst het aantal daklozen geteld; 18.000 mensen. Bovendien leidt het kapitalistisch economisch systeem altijd weer naar crises. Hierdoor zijn de voorstanders van dit systeem gedwongen toe te geven dat crises inherent zijn aan het systeem. Maar daarmee geven ze feitelijk toe dat het kapitalisme niet in staat is om (haar eigen) problemen op te lossen. Tevens is daarmee duidelijk dat het kapitalisme niet past bij de aard van de mens. Ieder mens heeft namelijk een overlevingsinstinct en een van de vereisten om dit type instinct gerust te stellen, is een kalm, veilig en stabiel leven te kunnen leiden. Het leven in een systeem waarbij om de zoveel jaren een enorme economische neerval te moeten mee maken, en het moeten accepteren dat men op ieder moment zijn baan en levensonderhoud niet meer kan krijgen, is onnatuurlijk.
Het falen van het kapitalistisch systeem is op meerdere facetten waar te nemen. Zo is de bestrijding van de criminaliteit in dit systeem ook falende. Wereldwijd kunnen de autoriteiten nog steeds geen duurzame oplossing aandragen om de internationale drugshandel te bestrijden. Ironisch genoeg, is er sinds de inval in Afghanistan om democratie te brengen, het drugsverkeer explosief gestegen. De criminaliteitcijfers in de meest vooraanstaande landen is de afgelopen jaren feitelijk niet veranderd. De westerse bevolking voelt zich zelden nog veilig s'avonds op straat. De straffen op delicten hebben nauwelijks effect op criminelen. Hiermee is duidelijk dat ook het kapitalistisch strafrechtsysteem heeft gefaald.
Het kapitalistisch systeem pretendeert dat men gelukkig wordt van dit systeem vanwege de ‘vrijheden’ die zijn gewaarborgd voor een ieder. Met andere woorden, deze zogenaamde vrije samenleving biedt de mensen de mogelijkheid zelf zijn of haar geluk in te vullen zoals zij dat wensen.
Zelfmoord, depressie en drugsgebruik zijn indicatoren van een ongelukkig bestaan. En het is juist in de westerse landen waar men de meeste toegang heeft tot de beleving van vrijheden de zelfmoorden erg hoog zijn. In Nederland plegen 1500 mensen per jaar zelfmoord, elk jaar hebben 100.000 mensen zelfmoordpogingen ondernomen en per jaar zijn er 400.000 mensen die zelfmoord serieus overwegen. Deze cijfers zijn duidelijke indicatoren van het zogenaamde geluk dat het Westen belooft.
De kapitalistische visie op het leven is een exemplarisch voorbeeld van een conflicterende visie op de realiteit. De seculiere visie op het leven is in feite een tegenstrijdig compromis. Het concept dat de Staat gescheiden wordt van religie in de politieke wetgeving betekent feitelijk dat men indirect wel een religieuze autoriteit erkent, maar dat deze autoriteit niet geïmplementeerd mag worden in het dagelijks leven. Vanwege deze tegenstrijdigheid zullen natuurlijkerwijs de systemen die vanuit dit uitgangspunt worden opgesteld, falen om de problemen van de samenleving op te lossen.
Verder zou men van een correct systeem moeten kunnen verwachten dat de organische behoeften en instincten van de mens bevredigd worden op een menselijke manier. Dat wil zeggen dat ieder mens op een menswaardige wijze aan zijn levensonderhoud kan komen en dat hij niet constant vernederende activiteiten hoeft te verrichten om zijn behoeften te kunnen voorzien. Als er drie miljard mensen gedwongen worden om te bedelen, stelen en bedriegen dan kan met recht worden vastgesteld dat het systeem faalt.
Hoewel islam momenteel nergens volledig een praktische realiteit kent, kunnen we toch aan de hand van de islamitische geschiedenis aantonen wat de effecten van dit systeem waren. Zo is er overgeleverd dat in de tijd van Khalifah ‘Omar ibn Abdoel Aziez er geen enkele inwoner van de Islamitische Staat gevonden kon worden die behoefte had aan de zakaat. Er was dus een effectieve verdeling van welvaart gerealiseerd, zelfs in het Afrikaanse continent!
Tevens is het bekend dat er in de gehele geschiedenis van de Islamitische Staat, in vergelijking tot kapitalistische staten, slechts weinigen zijn bestraft voor diefstal. Immers, iedere inwoner had al voldoende rijkdom en de sancties van islam zijn de effectiefste sancties want ze zijn opgelegd door de Schepper.
De wetgeving van islam is voor iedereen gelijk. Zelfs de Khalifah is ondergeschikt aan de sharia. Zo blijkt ook uit het verhaal van ‘Ali (ra). Ondanks dat hij zeker wist wie zijn schild had gestolen, kon hij geen objectieve getuigen voordragen aan de rechter. Hierdoor werd de Joodse man tot zijn eigen verbazing vrij gesproken.
Het sociaal systeem van islam is het enige systeem ter wereld dat ervoor heeft gezorgd dat etnische verschillen compleet teniet werden gedaan. In de Islamitische Staat zijn racistische vervolgingen, rebellie vanwege rassendiscriminatie of vrouwendiscriminatie nooit voorgekomen. Het is enkel in een later stadium van de afzwakkende Ottomaanse Khilafah dat moslims van verschillende afkomsten tegen elkaar werden opgezet door buitenlandse koloniale machten.
Kortom, het is van cruciaal belang dat de systemen de samenleving ordenen aan de hand van een juist begrip van de realiteit. Een systeem dat gebaseerd is op een conflicterende visie van de realiteit zal nooit en te nimmer duurzame oplossingen bewerkstelligen. Het kapitalisme is er niet in geslaagd om een stabiele, veilige en duurzaam bestaan voor de mensheid te bewerkstelligen. Net als haar voorganger het socialistische communisme zal ook dit falend systeem weldra aan haar einde komen.
Islam biedt oplossingen voor alle facetten van het leven. Haar visie op het leven overtuigt het verstand definitief en haar oplossingen harmoniseren met de natuurlijke aard van de mens. Islam heeft rente absoluut verboden, en islam garandeert de basisbehoeften voor iedere nakomeling van Adam. Het islamitisch systeem hoeft geen maatregelen of oplossingen te lenen van andere ideologieën om de problemen van de mensheid op te lossen. De Islamitische visie overtuigd het verstand en past bij de natuurlijke aard van de mens en het is daarom het enige beste alternatief voor de moslims en de gehele mensheid.
1
-
1
-
@FredCompusmurf
De kritiek is niet ontkend in de video, de kritiek is teniet gedaan. En één punt was zelfs gelogen door David Wood.
Lijkt erop dat je aan het trollen bent en niet wil inzien dat alle kritiek van David Wood teniet is gedaan. Niet alleen in de video die ik heb aangeven, maar ook in andere debatten met moslims.
Als Allah niet God is, hoe verklaar je dan dat topwetenschappers zeggen dat de koran van God is? Kijkt u eens:
https://m.youtube.com/watch?v=X3-YpmiMoqI
De moslims kunnen hun aanbidding niet slechts beperken tot een specifieke dag, week, maand of festiviteit. Zij kunnen niet slechts gedurende bepaalde seizoenen hoge ogen gooien en de rest van het jaar de relatie met hun Heer verwaarlozen.
Islam is namelijk een alomvattende levenswijze en bevat zaken gerelateerd aan doctrines, aanbiddingen, transacties en moraal. Bovendien ordent de sharia de relatie van de mens met Zijn schepper, met zichzelf en met zijn medemens. Dit betekent dat het credo (‘aqiedah) van Islam alomvattend is en zowel spiritueel als politiek is. Spiritueel omdat zij een visie en regels heeft aangaande hetgeen voor het leven was, hetgeen er na het leven zal zijn en de relatie tussen dezen. Tevens is zij politiek aangezien zij regels, wetten en systemen heeft ter ordening van het leven. Er is dus geen ruimte voor een scheiding tussen religie en het leven. Islam is derhalve algehele toewijding aan de Schepper.
1
-
@FredCompusmurf
Ik vind het goed dat je de ware christendom bestudeert, deze zal je namelijk leiden naar de islam. Daarom ook, dat mensen met veel kennis over het christendom, zoals priesters, zich bekeren tot de islam.
In de koran spreekt Allah over de boeken voor de koran die Hij heeft nedergezonden aan de mensheid, ter leiding. Allah zegt:
“Waarlijk, Wij zonden de Torah neder, waarin leiding en licht was, waarmede de profeten die gehoorzaam waren recht spraken voor de Joden en de Rabbijnen en de wetgeleerden, omdat hun de bewaking van Allah’s Boek was opgelegd en zij waren daarvan getuigen… En Wij deden Jezus, zoon van Maria in hun voetsporen treden, vervullende, hetgeen vóór hem in de Torah was (geopenbaard), en Wij gaven hem het Evangelie, dat licht en leiding bevatte, bevestigende hetgeen daarvóór in de Torah was en een leiding en een vermaning voor de godvrezenden. En laat de mensen van het Evangelie richten naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard en wie niet richten naar hetgeen Allah heeft geopenbaard, zijn de overtreders. En Wij hebben u het Boek (de koran) met de waarheid geopenbaard vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de bijbel) was (verkondigd) en als bewaker daarover. Richt daarom tussen hen naar hetgeen Allah heeft geopenbaard en volg hun boze neigingen niet tegen de waarheid die tot u is gekomen. Voor iedereen bepaalden Wij een wet en een weg. En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt, maar Hij wenst u te beproeven met hetgeen Hij u heeft gegeven. Wedijvert dus met elkander in goede werken. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan zal Hij u datgene mededelen, waarover gij van mening verschilt.”
(Koran, 5, vers 43 – 49)
Allah maakt ons duidelijk dat Hij voor het nederzenden van de koran reeds onder andere de Torah en de Bijbel had nedergezonden aan de mensen. Hierover mag bij de moslim geen twijfel bestaan, want Allah zegt ook:
“Gij die gelooft, gelooft in Allah en Zijn boodschapper en in het Boek dat Hij Zijn boodschapper heeft geopenbaard, en in het Boek, dat Hij voordien openbaarde. En wie Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijn boodschappers en de laatste Dag verwerpt, is waarlijk ver afgedwaald.”
(Koran, 4 vers 136)
En:
“Zeg: ‘Wij geloven in Allah en in hetgeen ons werd geopenbaard en hetgeen werd geopenbaard aan Abraham, Ismaël, Izaäk, Jacob, en de stammen en hetgeen aan Mozes en Jezus en de profeten door hun Heer werd gegeven. Wij maken geen onderscheid tussen wie dan ook van hen’.”
(Koran, 3 vers 84)
Echter, Allah heeft ons niet enkel geïnformeerd over het feit dat Hij eerdere boeken heeft nedergezonden, maar ook over hoe de mensen hier mee omgegaan zijn. Allah zegt:
“En voorzeker, onder hen zijn er, die hun tong verdraaien, terwijl zij het Boek voordragen, opdat gij het van het Boek moogt achten, hoewel het niet van het Boek is.”
(Koran, 3 vers 78)
En:
“Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten.”
(Koran, 5 vers 13)
En:
“En toen Allah een verbond sloot met degenen, die het Boek gegeven was, zeide Hij: ‘Gij zult dit aan de mensen bekend maken en het niet verbergen.’ Maar zij verwaarloosden dat voor luttel gewin. Kwaad was hetgeen zij in ruil namen.”
(Koran, 3 vers 187)
Allah maakt zo duidelijk waarom Hij de Koran heeft neergezonden. Hij zegt dat Zijn eerdere boeken verdraaid zijn en deels vergeten. En dit maakt duidelijk de precieze houding van de moslims ten overstaan van de Torah en de Bijbel. Ten eerste, de moslim moet accepteren dat Allah de Torah en de Bijbel aan de mensen heeft gezonden, omdat Allah ons hierover heeft geïnformeerd. Maar, Allah vertelt ook in de koran dat zowel de Torah als de Bijbel over tijd door de mensen veranderd zijn en dit betekent, ten tweede, dat de moslim de Torah en de Bijbel, zoals die vandaag de dag bekend zijn, niet kan accepteren alszijnde de openbaringen van Allah.
Allah zegt dat delen van de Torah en de Bijbel vergeten en/of veranderd zijn. Echter, Hij informeert ons niet over precies welke delen dit zijn. Daarmee kunnen wij niet anders dan geheel de huidige Torah en Bijbel verwerpen. Een deel is van Allah, maar een deel ook niet, en wij weten niet welk deel.
Overigens, Allah doet ons herinneren aan een merkwaardig feit:
“De Joden zeggen: ‘De Christenen hebben geen ware grondslag’, en de Christenen zeggen: ‘De Joden hebben geen ware grondslag’, terwijl zij beiden hetzelfde boek lezen. Hetzelfde zeggen degenen, die geen kennis hebben. Maar Allah zal op de Dag der Opstanding uitspraak doen in hun geschil.”
(Koran, 2 vers 113)
Allah verwijst naar hetgeen het “Oude Testament” genoemd wordt.
1
-
1